Alfons van Marrewijk, bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie
Partners in complexe projecten hebben onvoldoende oog voor elkaars cultuur. Binnen projectteams ontbreekt de kennis om te herkennen waarom mensen reageren zoals ze reageren. “En dat komt”, zegt Alfons van Marrewijk, bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie aan de VU in Amterdam, “omdat projectleiders niet zijn opgeleid om mensen te bestuderen.” Van Marrewijk onderzoekt momenteel onder andere drie King-projecten om te zien welke culturele mechanismen binnen de samenwerking een rol spelen. Dit onderzoek levert bouwstenen voor instrumenten om culturele verschillen sneller bloot te kunnen leggen.
Conflicten, interpretatieverschillen en samenwerkingen die uiterst moeizaam verlopen. Het is volgens Alfons van Marrewijk veelal terug te voeren naar de cultuur van de betrokken partijen. Sinds vorig jaar mei is hij bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Doel van de leerstoel is om de kennis over culturele samenwerking binnen complexe organisatienetwerken verder te ontwikkelen. “Uiteindelijk gaat het er om”, benadrukt Van Marrewijk, “dat we complexe projecten beter gaan managen. De economische, maatschappelijke en politieke winst die daarmee te behalen valt is ook enorm.”
Momenteel neemt hij een drietal King-projecten onder de loep. Dat zijn A15 MaVa, Spoorzone Delft en de Verbreding A2. Tevens heeft Van Marrewijk drie buitenlandse projecten onderzocht: Verbreding Panamakanaal, Shellterminal in Rusland en de aanleg van olievelden in Canada. “Aan culturele achtergronden kun je denken aan bijvoorbeeld het inzegenen van de boorkop bij de Noord/Zuidlijn door de Duitsers. Maar het kan ook zijn dat een onderneming binnen een samenwerking enorme waarde hecht aan het bedrijfslogo. Waar het om gaat is dat twee, en bij grotere projecten zelfs meerdere, bedrijven en organisaties met elk hun eigen historie en achtergrond moeten gaan samenwerken. Dan is het voor het projectmanagement van belang inzicht te hebben in elkaars culturele achtergronden. Als eenmaal dat inzicht er is, ontstaat er ook meer begrip voor elkaar.”
Culturele bril
Volgens de bedrijfsantropoloog is het belangrijk dat men hiervoor een vijftal aspecten door een culturele bril ziet. Het eerste aspect betreft het gedrag. “Dat heeft altijd een historische context. Is er bijvoorbeeld in een eerdere samenwerking wel eens ruzie geweest of is er sprake van een dominante organisatie? Waar het om gaat is helder te krijgen waarom men binnen de samenwerking reageert zoals men reageert.” Het tweede aspect is om het gedrag van binnenuit te begrijpen. Hierbij gaat het om te begrijpen welke betekenis medewerkers geven aan het project, werkprocessen en werkpraktijken. In zijn visie is het hiervoor noodzakelijk om in de organisatie te participeren. Zelf aanwezig zijn en de andere partijen te observeren. Van Marrewijk: “Ik heb bijvoorbeeld een jaar lang bij de uitvoering van de HSL meegelopen.”
Het derde aspect betreft de symbolen en rituelen. “Bij symbolen gaat het om logo’s en uitingen. Welke betekenis wordt daar aangegeven. Soms identificeren medewerkers zich heel sterk met een bedrijfsnaam en het logo wat daarbij hoort. Dat moet serieus worden genomen. Bij rituelen gaat het ook over ongeschreven regels. Kledingvoorschriften, iemand met zijn voornaam aanspreken of juist niet. Dat laatste maakt ook het verschil tussen een formele en informele organisatie.” De gelaagdheid van de organisatie is het vierde aspect. Hoe is het projectmanagement georganiseerd? Waar liggen de bevoegdheden? En welke partij is waarvoor verantwoordelijk? Het zijn deze vragen die hier een antwoord krijgen. “Daarbij speelt ook de fysieke omgeving een rol. Zit iedereen bij elkaar in één gebouw en dicht op de uitvoering? Of zit men op afstand van het project en over meerdere gebouwen verspreid? In het laatste geval dreigt het gevaar van een ‘wij’ en ‘zij’- houding binnen de samenwerking.” De wijze waarop met verschillen wordt omgegaan is het vijfde en laatste aspect dat door en culturele bril moet worden bekeken. Dat is, zo geeft Van Marrewijk toe, een lastig aspect. “Probeer je als projectleider de werkwijze van de verschillende partners op elkaar af te stemmen, of juist een werkwijze dominant te laten zijn? Het gaat er hier namelijk niet direct om alle neuzen dezelfde richting op te krijgen.”
Langs de maatlat van deze vijf aspecten legt Van Marrewijk de verschillende projecten. Het onderzoek naar de drie King-projecten is momenteel nog in volle gang. Het onderzoek naar de drie buitenlandse projecten is afgerond. “Wat hierbij opvalt is dat er een integraal verhaal ontbreekt waar alle deelnemende partijen zich in kunnen vinden. Elk project moet een bindend verhaal hebben. Verder blijkt dat deelnemers goede ervaringen uit eerdere samenwerkingen in nieuwe projecten niet of nauwelijks meenemen. Dus projectmanagers die samenwerking succesvol hebben afgerond beginnen in een nieuw project weer helemaal opnieuw. Organisaties resetten projectleiders als het ware.”
Elkaar kennen
Een derde aspect wat Van Marrewijk opvalt is dat men na het sluiten van een contract heel snel de inhoud in schiet. “Na de champagne volgt direct de uitvoering. En vervolgens staat men bij het eerste de beste incident recht tegenover elkaar.” Het is iets wat de bijzonder hoogleraar ook bij Nederlandse complexe projecten vaak constateert. “Het is belangrijk om elkaar eerst goed te leren kennen. Als je elkaars belangen weet kun je elkaar namelijk ook helpen. Maar dan moet je elkaar wel eerst beter kennen. Hoe werk je eigenlijk? Wie bén je eigenlijk? En mocht nu tijdens deze echte kennismaking blijken dat partijen elkaar niet liggen, dan zijn er twee mogelijkheden: het team aanpassen of afscheid nemen van elkaar. En dat laatste kan beter in een zo vroeg mogelijk stadium dan dat men aan de slag gaat en er een moeizaam project uitrolt.”
Instrumenten
In het najaar hoopt Van Marrewijk het onderzoek helemaal klaar te hebben. Overigens doet hij dit onderzoek niet alleen. Een drietal studenten staan hem bij. Daarnaast begeleidt Jaap Verkade, domeinmanager Cultuur bij King het onderzoek. Na afronding van het onderzoek wordt er nog een conferentie op touw gezet om over dit thema te discussiëren. Het doel van de hele exercitie heeft hij helder voor ogen: “Dat is instrumentarium voor projectmanagers waarmee men elkaars culturele achtergronden snel duidelijk kan krijgen. Dan ontstaat er niet alleen sneller begrip voor elkaar. Dat resulteert in een betere samenwerking en dus ook in betere projecten.”
>> Kijk hier voor meer informatie over het onderzoek.