Home » Nieuws » ‘Meer shoppen bij andere projecten’
 
Nieuws
‘Meer shoppen bij andere projecten’

Martijn de Gans onderzoekt meervoudig gebruik instrumenten.

Worden kennis en instrumenten bij grote infrastructuurprojecten gedeeld, of vinden de projectorganisaties telkens opnieuw het wiel uit? Deze vraag staat centraal in het afstudeeronderzoek van Martijn de Gans. De 25-jarige student Technische Bestuurskunde aan de TU Delft zit nog middenin de analyse van de interviews dus een keihard ja of nee wil hij nog niet geven. Maar als hij dan toch een tipje van de sluier moet oplichten. “Er is een algemeen gevoel dat er meer bij andere projecten geshopt kan worden.”

Sinds februari van dit jaar loopt Martijn de Gans stage bij King in Gouda. Aan de TU Delft volgt hij momenteel de masteropleiding Management of Technology. Daarvoor heeft De Gans zijn Bachelor Informatica gehaald. “De organisatiekant van grote projecten trekt mij echter. En ik denk dat er wel behoefte is aan iemand met managementvaardigheden die ook nog eens een technische achtergrond heeft.”

Via King is hij voor het eerst met grootschalige infrastructuurprojecten in aanraking gekomen. “Toen ik hier kwam, wist ik er nog niet zoveel van. Maar in de afgelopen maanden heb ik hier super veel geleerd. Het is een aparte wereld. De projecten zijn groot en ook de belangen die er spelen hebben hun weerslag op het projectmanagement. En dan zijn er ook nog de maatschappelijke belangen die alleen maar lijken toe te nemen. Het is een complexe wereld maar ook heel erg interessant.” Het is juist die complexiteit die De Gans in zijn afstudeeronderzoek centraal heeft staan. “Voor het gecontroleerd uitvoeren van projecten worden diverse instrumenten ontwikkeld. Denk maar aan instrumenten voor risicobeheersing, planningen en budgettering. Vaak gaat het om specifieke instrumenten die binnen de context van het project ontstaan. Er is erg veel beschikbaar. De vraag die ik mij echter gesteld heb is, of die instrumenten ook in andere projecten worden toegepast. Deze instrumenten zijn immers toch waardevol. Met andere woorden, wordt de in de projecten opgedane kennis gedeeld, of wordt het wiel telkens opnieuw uitgevonden.”

Interviews
Om dit helder te krijgen heeft Martijn de Gans een tiental interviews met projectmanagers en managers projectbeheersing gehouden. Deze gesprekken zijn inmiddels achter de rug en hij is nu druk bezig om de antwoorden op zijn vragen te inventariseren. In het najaar resulteert zijn onderzoek in zijn afstuderen en uiteraard in een publicatie van zijn bevindingen. De Gans wil daar dan ook nog niet op vooruitlopen. “Men erkent”, zoveel wil hij wel kwijt, “dat er sterk de neiging is om per project nieuwe instrumenten te ontwikkelen. Men heeft wel het gevoel dat er soms wat meer bij andere projecten geshopt kan worden. Aan de andere kant”, voegt hij er in één adem aan toe, “ is RWS steeds verder in het standaardiseren van processen. Sommige daarvan zijn toereikend, en andere moeten voor een specifiek project worden aangepast.” Tegelijkertijd stelt hij vast dat het soms voor het projectmanagement goed kan zijn om zelf nieuwe instrumenten te ontwikkelen. “Dat kan in een project met verschillende partijen een bindende factor zijn. Of de aard van het project vergt dat men met het bestaande instrumentarium niet goed uit de voeten kan. Maar uiteindelijk kost dit wel tijd en geld. En iemand moet die rekening betalen.”

Publicatie
De resultaten van het onderzoek van Martijn de Gans worden in een King-publicatie uitgebracht. Dit boekje is voor iedereen beschikbaar. De publicatie is uiteraard ook verkrijgbaar op de ‘Boekenmiddag van King’ die op vrijdag 24 september in het LEF van Rijkswaterstaat wordt gehouden. 

 
« Ga terug
 
 
     
Copyright RWS, ProRail en OntwikkelingsAlliantie Amsterdam©  |  Disclaimer  |  Aanmelden nieuwsbrief